kinderoefentherapie-header-2

Kinderoefentherapie

Net als u maken veel ouders zich wel eens zorgen om hun kind. Soms op basis van eigen observaties, soms na signalen van anderen, bijvoorbeeld de leerkracht op school. Hoe weet u of uw zorgen terecht zijn?

Hij valt zo vaak
Los fietsen lukt maar niet
Het zwemmen wil telkens niet lukken
Het handschrift is slordig en gespannen
Mijn baby is een billenschuiver
Alleen de tv en computer boeien haar
Hij wil niet buiten spelen

Een kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier, in zijn eigen tempo. Meestal gaat dat goed, maar soms loopt een kind een achterstand op in zijn motorische ontwikkeling. Omdat er bijvoorbeeld iets mis is met een van de zintuigen, het zenuwstelsel of het bewegingsapparaat.

Waarom een kinderoefentherapeut?

De kinderoefentherapeut is gespecialiseerd in de motorische ontwikkeling van kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar, en kan u precies vertellen wat uw kind nodig heeft.

Tijdens de therapie zet ik plezier in bewegen centraal. Door plezier in de vaardigheid te krijgen leren kinderen spelenderwijs. Kinderen die in aanmerking komen voor kinderoefentherapie dreigen veelal in een neerwaarts spiraal terecht te komen door een onderontwikkelde motoriek waardoor sommige handelingen of activiteiten niet, of niet op een juist niveau kunnen worden uitgevoerd. Kinderen worden hierdoor snel onzeker, wat vaak weerslag heeft op schoolprestaties en de sociale omgang met vriendjes en vriendinnetjes. Door een klein zetje in de goede richting te geven met behandelingen kinderoefentherapie worden kinderen zelfverzekerder en bekwaam genoeg om zichzelf verder te ontwikkelen.

Voorbeelden van te behandelen problemen bij kinderen:

  • Onvoldoende op gang komen van motorische vaardigheden: bijv. omrollen, kruipen, gaan zitten/ staan, lopen.
  • Verminderd evenwicht: bijv. veel vallen, struikelen
  • Verminderde ontwikkelde grove motoriek: bijv. moeite met springen, rennen, hinkelen.
  • Verminderde ontwikkelde fijne motoriek: bijv. moeite met aansturen van armen of handen.
  • Problemen met de oog- handcoördinatie bijv. moeite met tekenen, knutselen, ballen.
  • Schrijfproblemen.
  • Ongecoördineerd, houterig bewegen.
  • Angstig of onzekerheid tijden bewegen.
  • Te hoge of te lage spierspanning.
  • Inefficiënte houding en beweging.
  • Asymmetrie in houding of motoriek.
  • Voorkeurshouding, scoliose.

 

kinder oefen